KEMPEN EUROPEAN SMALLCAP FUND
Interview met fondsbeheerder Gary Wright

2009 was een bewogen beursjaar en dat geldt beslist ook voor beleggers in Europese smallcaps. Als beleggingscategorie zijn smallcaps meer dan 50% gestegen, vanaf het dieptepunt in maart zelfs zo’n 80%. Een dergelijke stijging was in geen twintig jaar voorgekomen. Het Kempen European Smallcap Fund heeft niet alleen geprofiteerd van deze stijging, maar is bovendien in het top kwartiel terechtgekomen van smallcapfondsen. Met een rendement 55% werd de benchmark verslagen.
Geconcentreerde portefeuille
Het fonds bestaat uit een geconcentreerde portefeuille van ongeveer 40 namen. Wright: “Stock picking is echt de basis voor de prestaties van het fonds. In 2009 heeft een aantal van de namen in onze portefeuille een fantastische performance laten zien van ruim meer dan 100%.
Maar net zo belangrijk is het geweest om zwak presterende aandelen te vermijden, wat ons goed is gelukt. De invloed van een aantal teleurstellende aandelen was daarom te overzien.”
Sterke overtuiging
Het fonds heeft sinds oprichting een indrukwekkend track record opgebouwd en verslaat al jaren de benchmark.
Eén factor is boven alle andere doorslaggevend voor dit succes: de consistente toepassing van de aandelenselectie. “Het selectieproces heeft zich in de tijd ontwikkeld, vooral vanaf 2006 toen we de methodologie hebben vastgelegd waarmee we waarderingen analyseren. In het beleggingsproces hanteren we wel geografische- en sectorbets, maar binnen bandbreedtes die bewust ruimte laten om grote posities te nemen in individuele bedrijven waar we sterk in geloven. Dit heeft door de tijd heen een belangrijke bijdrage geleverd aan het genereren van ‘alpha’.”
‘Special situations’
De fondsbeheerder is op zoek naar twee typen aandelen, met ieder zeer specifieke eigenschappen.
“Aan de ene kant zijn wij op zoek naar kwaliteitsaandelen; aandelen van bedrijven die beschikken over een duidelijk concurrentievoordeel en hoge rendementen halen op geïnvesteerd vermogen”, aldus Wright. “Daarnaast selecteren we aandelen die zich, zoals wij dat noemen, in een ‘special situation’ bevinden. Hieronder verstaan we bepaalde omstandigheden die waarde in het bedrijf tot leven kunnen wekken. Waarde die tot dan als het ware verborgen was. Een ‘special situation’ moet aan minstens één van de volgende vijf voorwaarden voldoen: verandering van het management, een reorganisatie, een spin-off, wijzigingen in regelgeving of de mogelijkheid om sterk te profiteren van een cyclisch economisch herstel. Een voorbeeld van een bedrijf in een ‘special situation’ is het Zwitserse Logitech, waar sprake is van een reorganisatie.”
En 2010?
Het sentiment op de aandelenmarkt blijft volatiel, zoals blijkt uit de koersbewegingen uit de eerste twee maanden van 2010. Vooruitkijkend zijn de winstverwachtingen gunstig. Daar hoort wel de kanttekening bij dat het winstherstel plaatvindt vanaf een laag niveau en vooral te danken is aan maatregelen zoals kostenbesparingen. De zorgen om economische groei, inflatie, het aflopen van stimuleringsmaatregelen en de huidige schuldencrisis van de Zuid-Europese landen blijven actueel.
Wright: “Als bottom-up beleggers blijven wij optimistisch over de vooruitzichten voor het fonds. Bij veel van de bedrijven in de portefeuille zien wij winstgroei. Gecombineerd met onze waarderingsmethodologie wijst dit op een redelijk koerspotentieel. Dat neemt niet weg dat geen enkele belegger op zijn lauweren kan rusten. Het is zaak om hard te blijven werken en onze scherpte te behouden.”